Seksistische opmerkingen

Een lid uit het MT, waarvoor jij altijd de notulen maakt, staat erom bekend dat hij tegen verschillende vrouwelijke collega’s van zijn afdeling seksistische opmerkingen maakt. Ook jij hebt dat weleens ervaren, als secretaresse van de directeur. Er wordt overigens ook vaak over gesproken tijdens

de lunch en vrijdagmiddagborrels. Niemand van de collega’s durft hier echter iets over te zeggen. Op een gegeven moment neemt een van jouw collega’s contact op met de vertrouwenspersoon. Daarvan ben jij op de hoogte. De vertrouwenspersoon overlegt met de collega in kwestie of de actie die hij van plan is te ondernemen, voor haar zelf veilig is en of die actie haar instemming heeft. Hij vraagt haar ook om hem na verloop van tijd te laten weten of het MT-lid nog opmerkingen heeft gemaakt. De vertrouwenspersoon drinkt de volgende dag een kop koffie met het MT lid en spreekt hem aan op zijn gedrag. De chef krijgt een rood hoofd en zegt dat het niet zijn bedoeling is. De vertrouwenspersoon geeft hem 2 adviezen: verander je gedrag en probeer niet te achterhalen wie contact heeft gezocht. Het MT lid vraagt bij de vrijdagmiddagborrel aan jou of jij weet wie die klacht heeft ingediend. Wat doe je?

Advies
Een vervelende situatie waarbij de loyaliteit voor een directe collega tegenover de loyaliteit voor de baas komt te staan. Over bovendien een onderwerp dat niet altijd gemakkelijk te bespreken is. Compliment voor de medewerker om dit toch, via inmenging van de vertrouwenspersoon, bespreekbaar te maken. Hiermee wordt het MT-lid zich bewust van zijn uitlatingen en krijgt hij de kans zijn gedrag aan te passen.

En hoewel het mogelijk een natuurlijke menselijke reactie is om te weten wie ‘geklaagd’ heeft, is het niet verstandig hiernaar te informeren. Zeker niet als dit expliciet is ontraden. Aan de andere kant is het ook niet verstandig om te liegen over het feit of je al dan niet op de hoogte van de identiteit van de ‘klager’. Ook al lijkt dit de weg van de minste weerstand.

Ons advies zou dus ook zijn om aan het MT-lid te zeggen dat je hebt gehoord wie naar de vertrouwenspersoon is gestapt. Maar dat je ervan uitgaat dat, als diegene wil dat het MT-lid op de hoogte gesteld wordt van haar identiteit, zij zelf contact zal opnemen met het MT-lid.

Mogelijk reactie van het MT-lid kan zijn dat hij graag aan diegene zijn gedrag wil uitleggen en zijn verontschuldiging wil geven. In reactie hierop zou ik zeggen dat het MT-lid dit idee aan de vertrouwenspersoon moet voorstellen. De vertrouwenspersoon kan hierin mogelijk een bemiddelende rol spelen.

Andere mogelijke reactie is dat het MT-lid boos wordt. Dat is vervelend en confronterend, maar des te meer reden om de identiteit van de ‘klager’ niet te geven. Niet de ‘klager’ zit fout, maar het MT-lid.